Het KMI laat nog 3 keer per week een ballonnetje op vanaf zijn site in Uccle, waarmee het meteorologische instrumenten tot op een hoogte van 30-35 km brengt. De instrumenten die gebruiken maken van deze “taxi” zijn radiosondes en ozonsondes. Radiosondes zijn kleine weerstations die temperatuur, vochtigheid, luchtdruk opmeten en met een GPS-tracker de positie en zo de windsnelheid en –richting bepalen. Ozonsondes meten de ozonconcentraties in de atmosfeer. Alle gegevens worden tijdens de ballonvlucht door de radiosonde via radiogolven - vandaar de naam - realtime doorgestuurd naar een antenna en ontvanger (radio) op het dak van het KMI. Deze gegevens worden dan gedeeld met andere meteorologische instituten en worden gebruikt bij de weersvoorspellingen en om de toestand van de ozonlaag op verschillende hoogtes in de atmosfeer in de gaten te houden.
De allereerste weerballon bij het KMI werd al gelanceerd op 5 april 1906. België was zelfs het tiende land dat meedeed aan internationale ballonmetingen. Gedurende die tijd is de technologie natuurlijk heel wat geëvolueerd. Sinds 1990 gebruiken we een radiopeilingssysteem en radiosondes van de Finse fabrikant Vaisala, pionier en dé wereldleider in radiosondes en meteorologische instrumenten en toepassingen in het algemeen. In 2007 stapten we dan over van het analoge naar digitale radiosondesysteem van Vaisala (DigiCORA MW31) en gebeurde de plaatsbepaling van de radiosonde met GPS-tracking. De huidige antenna’s werden toen ook aangeschaft door het KMI, en een upgrade van de radio zelf (naar MW41) was vereist in 2016, om de gegevens van een nieuw type radiosondes te kunnen ontvangen. Deze maand namen we dan een nieuwe radio in gebruik (Cirrus MW51), maar met behoud dus van de 20-jaar oude antenna’s.
Het KMI: één van de eerste meteorologische instuten overgeschakeld op het nieuwe systeem
De nieuwe radio is niet alleen compacter, maar laat ook toe om gegevens van verschillende satellietsystemen te gebruiken voor de positiebepaling (niet enkel het Amerikaanse GPS-systeem), om de gegevens van verschillende radiosondes tegelijk te verwerken, en biedt een veiligere datatransfer. Met de bijhorende software zijn ook meer en betere dataverwerking mogelijk. Meer bepaald voor de verwerking van de ozonsondedata, heeft Vaisala nauw met het KMI samengewerkt om ervoor te zorgen dat de richtlijnen van de Wereld Meteorologische Organisatie (WMO) voor correctie en rapportering van ozongegevens strikt toegepast worden. Het is dan ook logisch dat het KMI, tevens verantwoordelijk voor de kwaliteitsbepaling van ozonsondedata voor de WMO, als één van de eerste meteorologische instuten is overgeschakeld op het nieuwe systeem en als proefkonijn fungeert voor de ozonpeilingen met het nieuwe speeltje!

Fig. 1: De ozonsondeoperator gebruikt de nieuwe radio (grijze doos links) en nieuwe software bij het initializeren van de radiosondepeiling

