Historische waarnemingen van overstromingen in de periode 1900-1950 (Deel 2)

Onze historische waarnemingen van overstromingen hebben aanleiding gegeven tot drie artikels. Hieronder volgt het tweede artikel, waarin de overstromingen van de eerste helft van de 20ste eeuw worden besproken.

De grootste overstromingen in België in de periode 1900-1950

Terwijl de regelmatige waarnemingen in Sint-Joost-ten-Node (Brussel) al in 1833 begonnen, was het wachten tot het einde van de 19de eeuw op de uitgebreide ontwikkeling van een Belgisch klimatologisch netwerk. Dankzij dit waarnemersnetwerk beschikt de Sterrenwacht, waarvan de meteorologische tak in 1913 het KMI zou worden, sindsdien over steeds meer waarnemingen uit de verschillende regio's van het land. Metingen van de neerslagtotalen werden bijgehouden, waardoor perioden met regen en mogelijke gevolgen zoals bijvoorbeeld overstromingen, nauwkeurig konden worden geanalyseerd.

Dit artikel spitst zich dan ook toe op een aantal grote overstromingen die ons land teisterden tussen 1900-1950.

Januari - februari 1910

Begin 1910 vond de eerste opmerkelijke, grote overstroming van de 20ste eeuw plaats. In januari zette gedurende enkele weken de historische overstroming van de Seine voornamelijk in Parijs vele wijken blank.

Ook in ons land zorgde de overvloedige regenval, in combinatie met het smelten van het sneeuwdek in de Ardennen, in het zuiden van het land voor grote overstromingen. Dinant en Namen stonden onder water en sommige rivieren bereikten hun hoogste waterpeil in 30 jaar. Om het voetgangersverkeer in de overstroomde stad Namen mogelijk te maken, werd zelfs een netwerk van houten roosters geïnstalleerd.

Namen in februari 1910.

December 1925 - januari 1926

Het einde van 1925 en de eerste dagen van 1926 werden in België gekenmerkt door de meest catastrofale overstromingen van de 20ste eeuw. Eind november en begin december 1925 werd het land voor het eerst getroffen door zeer zware sneeuwval (34 cm in Ukkel en 62 cm in Drossart bij het plateau van de Hoge Venen). Vanaf 19 december zorgde de extreem zware regenval, in combinatie met de smeltende sneeuw, voor een uitzonderlijke overstroming van de Maas en zijn zijrivieren. Zo werd bijvoorbeeld in Chiny op 29 december in totaal 61,1 mm neerslag per dag waargenomen. Het maandtotaal van dit station bereikte 328,0 mm.

Op oudejaarsavond bereikte de overstroming van de Maas zijn hoogtepunt. In Luik bedroeg het debiet 3500 m³ per seconde, terwijl het jaargemiddelde van de rivier op deze plaats 250 m³ per seconde bedroeg. Als gevolg van deze uitzonderlijke overstroming van de Maas en haar zijrivieren, stonden alle steden in de Mosanevallei onder water. Op sommige plaatsen, zoals in Seraing, bereikte het waterniveau de eerste verdieping van de huizen.

Situatie in Seraing begin januari 1926.

Oktober 1932

Oktober 1932 kende overvloedige regens. In Ukkel was het de natste maand oktober van de 20ste eeuw, met 227,1 mm op de regenmeter (normaal: 71,1 mm). Deze zware regenval veroorzaakte overstromingen in vele delen van het land.

Wateroverlast in Vorst in oktober 1932.